Buurten moeten gevrijwaard van onverantwoordelijke kamerverhuurders

Door 23 augustus 2011Nieuws

Afgelopen vrijdag werd het suikerunieterrein symbolisch overgedragen aan de gemeente Groningen. Sinds dat moment kan de gemeente vrijelijk beschikken over dit zeer grote terrein. De Stadspartij doet al sinds de vorige verkiezingen in maart 2010 een dringend beroep op de gemeente om studenten en jongerenhuisvesting groots en afdoend aan te pakken door het vestigen van een campus. Die kans doet zich nu voor om dit te verwezenlijken. Het is ook bittere noodzaak: er bereiken ons stelselmatig berichten over grimmige conflicten tussen burgers en studenten/jongeren. De buurten raken gewoonweg overbelast en de leefbaarheid wordt ernstig aangetast. Conflicten komen niet tot een oplossing als er zich ook nog slechte en onverantwoordelijke huiseigenaren op de kamerverhuurmarkt begeven. Over deze problemen heeft de Stadspartij schriftelijke vragen gesteld aan het college.


Aan het College van B&W Gemeente Groningen

Grote Markt 1

Vragen door de leden van de raad gesteld ex art. 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen.

Groningen, 18 augustus 2011

Geacht College,

Op vrijdag 19 augustus wordt de eigendom van het terrein van de Suikerunie symbolisch overgedragen aan de gemeente. De Stadspartij dringt er sinds de jongste verkiezingen in 2010 op aan om op het Suikerunieterrein grootschalige studentenhuisvesting, een campus te vestigen. Hier ligt een geweldige kans om dit eens groots en grondig aan te pakken. Dat dit ook bittere noodzaak is blijkt weer eens uit de berichten die ons bereiken uit de wijken, die worden opgezadeld met studenten- en jongerenhuisvesting waar dit niet altijd in goede banen wordt geleid en zelfs tot zeer grimmige conflicten leidt.

Zo bereikte ons vrijdag 5 augustus jl. een brandbrief, ook bestemd voor uw college, van bewoners in de Korrewegwijk, die door de ernstige overlast door bewoners van het buurpand (C.H.Peterstraat 19 a) het water aan de lippen staat.

Deze mensen hebben werkelijk alles gedaan om een normale verhouding te krijgen met hun buren, vijf studenten en werkende jongeren, die een pand bewonen, waarvan de eigenaar een niet aanspreekbare huisbaas blijkt te zijn: deze is niet gevoelig voor terechte klachten van de omwonenden over de huurders van zijn pand. Het ontbreekt deze persoon aan verantwoordelijkheidsgevoel om op een goede manier met de omgeving te communiceren en oplossingen te zoeken. De studenten/jongeren blijken totaal ongevoelig voor de klachten, waardoor politieoptreden noodzakelijk is geworden, maar niet tot enig resultaat heeft geleid.

Het gevolg is dat de eigenares/bewoonster van het benedenhuis haar woning heeft verkocht en nu haar toevlucht elders moet zoeken.

De onttrekkingsvergunning voor het pand C.H.Peterstraat 19 a is inmiddels ingetrokken, De eigenaar is daartegen echter een bezwaarprocedure begonnen. De hoorzitting die op 5 augustus zou plaats vinden is om onbegrijpelijke redenen met een maand uitgesteld en zal nu plaatsvinden op 5 september. Dit is een zware teleurstelling voor de omwonenden, zij hadden zich hier helemaal op ingesteld, om eindelijk van de zware druk die het wonen is geworden, verlost te worden.

De Stadspartij juicht toe dat de procedure in gang is gezet om uiteindelijk deze bewoners uit het pand te krijgen, maar vindt het onbegrijpelijk waarom de hoorzitting naar aanleiding van het bezwaar dat door de eigenaar is aangetekend een maand uitgesteld is,

Daarom de volgende vragen:

  1. Wat is de reden (uitstel vereist een zwaarwegende reden) geweest om de hoorzitting over het bezwaar tegen de intrekking van de onttrekkingsvergunning met een maand uit te stellen?
  2. Bij het verlenen van de onttrekingsvergunning op 4 juni 2010 voor het pand C.H. Peterstraat 19 a was bekend dat de 15% norm voor deze straat al was overschreden. Wat is de reden geweest om toch deze vergunning te verlenen?
  3. Er is hier sprake van een huisbaas die zijn verantwoordelijkheden ontloopt. Zijn het college klachten bekend over het gedrag van bewoners van andere panden die in eigendom zijn van deze persoon, die woningen uitbaat voor kamerverhuur? Zo ja, is het college bereid ook deze andere panden te ontruimen?
  4. Is het college bereid voortaan zorgvuldiger om te gaan met het verstrekken van onttrekkingsvergunningen en vooral te waken voor het overschrijden van de 15% norm en te letten op de kwaliteit (verantwoordelijkheidsgevoel voor de omgeving waarin verhuurpanden zijn gevestigd) van de vergunningvrager?

 

Hoogachtend,

namens de fractie van de Stadspartij Groningen,

Anna M.J. Riemersma