Gebiedsgericht werken is de kunst van het loslaten

Door 4 april 2016Nieuws
foto: beautifulminds.nl

foto: beautifulminds.nl

“Loslaten betekent niet dat ik ‘m smeer, Het is het besef dat ik de ander ruimte geef”. (Nelson Mandela)

Dat er een kloof is ontstaan tussen de burger en de politiek is voor niemand nieuws. De lage opkomst tijdens verkiezingen is daar een meetpunt van. Door de veranderende samenleving, burgers zijn mondiger geworden en zich door het lokale bestuur niet meer de les laten lezen, is het belangrijk dat de lokale overheid en politiek mee beweegt. Het gebiedsgericht werken kan een manier zijn om invloed van burgers te vergroten.

De Stadspartij is net zoals vele andere lokale partijen, in 2002, opgericht om de invloed van stadjers op hun eigen straat, buurt en wijk te vergroten. Onze oprichter Gerard Offerman legde in die tijd al de vinger op de juiste plek. Zo blijkt ook duidelijk uit een aantal passages uit onze 100-punten programma’s van de afgelopen jaren. Deze laten duidelijk zien waar, met name in het verleden, de pijn zat:

  1. De vele voor de rechter uitgevochten conflicten, laten zien dat er een kloof is ontstaan tussen de ambities van de ambtelijke diensten en het bestuur van onze stad enerzijds en uw wensen anderzijds. Deze kloof is ontstaan, omdat niet de wensen van de Groningers, uw wensen centraal staan, maar die van ambtenaren, architecten, projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen en diverse lokale politici. Binnen veel gemeentelijke instellingen heerst een cultuur van: ‘alles voor u maar niets door u’.”

  1. Er is een vervreemding ontstaan tussen de stadjers en ondernemers en hun bestuur. Veel Groningers laten dat blijken door niet meer te gaan stemmen. Toch zijn er voldoende mensen onder de Stadjers met goede ideeën, die zich willen inzetten voor hun stad. Wij willen als STADSPARTIJ deze kwaliteiten benutten en daar waar mogelijk inzetten. Het is tijd voor een andere politieke en ambtelijke cultuur. Daarom moeten meer verantwoordelijkheden naar de wijken worden overgeheveld, zodat u merkbare invloed op uw directe omgeving kunt uitoefenen.”
  2. Omdat veel Stadjers teleurgesteld werden tijdens zogenaamde inspraakrondes, die achteraf nooit bedoeld bleken te zijn om de burger werkelijk invloed te geven en velen onvoldoende gehoor vonden bij de gemeenteraad, hebben velen van u weinig vertrouwen meer in de politiek en de lokale democratie.

Het gebiedsgericht werken, waar de gemeenteraad in de afgelopen weken heeft gesproken en besloten sluit hier eigenlijk op aan, of beoogt in elk geval hetzelfde.

Wat dat betreft kunnen wij als Stadspartij concluderen dat het college ons 100-puntenprogramma dat wij hen toestuurden bij de totstandkoming van het collegeprogramma goed en serieus heeft gelezen.

Wat de Stadspartij betreft kán het gebiedsgericht werken een manier zijn om deze ambities vorm te geven.

Want de ambitie van de Stadspartij is dat wij uiteindelijk de mening van burgers (in georganiseerd én ongeorganiseerd verband) zwaarder laten meewegen bij besluitvormingen in de gemeenteraad. Daarnaast moeten meer verantwoordelijkheden naar de wijken worden overgeheveld, zodat stadjers merkbare invloed op hun directe woon- een leefomgeving kunt uitoefenen.

Gebiedsgericht werken zal voor een deel de kunst van het loslaten zijn. Nelson Mandela schreef daar o.a. het volgende over: “Loslaten betekent niet dat ik ‘m smeer, Het is het besef dat ik de ander ruimte geef”. En dat is nu net wat we met gebiedsgericht werken beogen, stad en stadjers meer ruimte en zeggenschap geven over hun eigen straat, buurt en wijk geven. Zeggenschap over onderdelen van de begroting naar wijken overhevelen kan dat bevorderen. Zeggenschap over wijkbudgetten voor bijvoorbeeld beheer en onderhoud van de openbare ruimte kunnen daar een voorbeeld van zijn.

Gebiedsgericht werken moet wat de Stadspartij betreft het samenwerken in de wijk tussen bewoners en ondernemers vergroten.

We moeten niet bang zijn dat misschien niet alles meteen lukt en dat niet alles vanzelf gaat. Werkende wijs komen we er achter wat wel werkt en wat juist niet.

Een gebiedsagenda per wijk kan als leidraad fungeren om de rol van de Raad bij het gebiedsgericht werken verder te ontwikkelen. De gebiedsagenda zal een stevige basis gaan vormen voor de opgaven van de verschillende wijken. Inspraak van zoveel mogelijk betrokkenen uit de wijk is op dit punt dan ook van groot belang. De wijk moet zich hier in herkennen.

Willen we de invloed van stadjers over hun straat, buurt en wijk laten slagen dan zullen we flexibeler om moeten gaan met budgetten. Wat de Stadspartij betreft regelen we dat met name binnen de wijkbudgetten. Zo kunnen we flexibel inspelen op initiatieven vanuit de wijken.

Maatwerk-wijkplannen en verschil van inzet tussen wijken hoeft niet erg te zijn, elke wijk is immers verschillend. De basis moet voor elke wijk echter wel gelijk zijn. Voorbeeld: Wijk A heeft recht op hetzelfde minimale onderhoud als wijk B. In wijk X kunnen veiligheidsproblemen groter zijn dan in wijk Z. Verschil van inzet zal dan ook nodig zijn om maatwerk te kunnen leveren. Wanneer inzet ten koste dreigt te gaan van de basis in een andere wijk zullen de belangen van verschillende belanghebbenden moeten worden afgewogen. Dat zou een taak van de raad moeten blijven, om te voorkomen dat wijken tegen elkaar uitgespeeld worden.

Wat de Stadspartij betreft blijft, bijvoorbeeld waar het gaat om beheer en onderhoud, de door de raad vastgestelde “basis op orde”. Dat betekent bijvoorbeeld dat het door de raad vastgestelde niveau op het gebied van beheer en onderhoud op pijl blijft.

Wijkbudgetten en met name gebiedscommissies ziet de Stadspartij zitten. In het geval van gebiedscommissies is het wel van belang dat deze commissie leden democratisch door de wijk zijn gekozen. Wijkstemdagen zou een vorm kunnen zijn als sluitstuk van ideeën en voorstellen uit de wijken.

Wat de Stadspartij betreft zijn de voorgestelde varianten mbt democratische legitimering niet heilig en komen we er werkende wijs achter wat wel en wat niet werkt. Daarbij is het ook niet erg dat niet alles meteen goed gaat. Wat de Stadspartij betreft moeten niet meteen teveel structuren opleggen en bedenken.

Het antwoord op een aantal hoofdvragen is wat de Stadspartij betreft als volgt:

a. Welke rol ziet de Raad in het proces van totstandkoming van de gebiedsagenda? Een inhoudelijke, procesmatige of een controlerende rol?

De rol van de raad moet vooral procesmatig zijn bij het vormgeven van de gebiedsagenda’s. De invulling en prioriteiten en opgaven voor het gebied moeten op basis van de inbreng van bewoners en ondernemers worden geschreven. Hierbij moeten we de positieve energie van bewoners en ondernemers benutten. Bewoners en ondernemers weten als geen ander wat er in hun buurt leeft en speelt.

b. Hoe ver wil de Raad gaan met gebiedsgericht werken? Is de Raad bereid om zeggenschap over onderdelen van de gemeentebegroting naar de wijk te brengen?

Gebiedsgericht werken zal voor een deel de kunst van het loslaten zijn. Nelson Mandela schreef daar o.a. het volgende over: “Loslaten betekent niet dat ik ‘m smeer, Het is het besef dat ik de ander ruimte geef”. En dat is nu net wat we met gebiedsgericht werken beogen, de stadjer ruimte en zeggenschap over hun eigen straat, buurt en wijk geven. Zeggenschap over onderdelen van de begroting naar wijken overhevelen kan dat bevorderen. Zeggenschap over wijkbudgetten voor bijvoorbeeld beheer en onderhoud van de openbare ruimte kunnen daar een voorbeeld van zijn.

c. Hoe gaat de Raad om met bottom-up (wijk- en stedelijke) initiatieven in relatie tot zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol? (Kaders vooraf m.b.t. inhoud, budget, legitimiteit? Of goedkeuring achteraf? )

Bottom-up (wijk- en stedelijke) initiatieven moeten we als raad steunen. Met name die uit de straten, buurten en wijken. Er zullen vooraf natuurlijk enkele kaders mee moeten worden gegeven, zo is democratische legitimiteit in een wijk van groot belang. Er zullen een aantal criteria opgesteld moeten worden tav inhoud, budget en legitimiteit waar initiatieven aan moeten voldoen, er zullen namelijk altijd obstakels, wetten en bezwaren zijn. Dat maakt goedkeuring achteraf mogelijk.

 

Amrut Sijbolts